Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Geen verrekening van loonheffing in de inkomstenbelasting

10 juni 2014.

De ingehouden loonheffing wordt verrekend met de aanslag IB, ook als de loonheffing door de werkgever feitelijk niet is afgedragen. Tenzij de werknemer niet te goeder trouw is en wist dat de werkgever niet aan zijn verplichtingen kon voldoen. Een directeur van een onderneming, die bovendien in de onderneming een meerderheidsbelang heeft en van de dagelijkse gang van zaken op de hoogte is, kan moeilijk volhouden dat hij niet wist dat de werkgever de ingehouden loonheffing niet zou afdragen.

De directeur van een bouwmaatschappij heeft via zijn persoonlijke bv 34,44% van de aandelen van de bouwonderneming in handen. Bijna een derde van de aandelen is in handen van een andere bv. Het restant van de aandelen, hiervoor is men op zoek naar een nieuwe aandeelhouder, is opgekocht door de bv van de directeur.

Gedurende 2010 is de directeur in dienstbetrekking bij de bouwonderneming. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 2010 geeft hij een loon uit dienstbetrekking aan van € 185.512 met de ingehouden loonheffing van € 89.406. De inspecteur verrekend de aangegeven loonheffing echter niet in de inkomstenbelasting, omdat de bouwonderneming de ingehouden loonheffing niet heeft afgedragen. De directeur is het niet eens met de weigering om de loonheffing te verrekenen in de inkomstenbelasting en gaat in bezwaar en beroep. Zowel bij Rechtbank Den Haag als Hof Den Haag vindt de directeur geen steun voor zijn stelling dat de inspecteur ten onrechte de verrekening van loonheffing heeft geweigerd.

Het hof houdt het oordeel van de rechtbank in stand, mede doordat de directeur in hoger beroep nagenoeg hetzelfde heeft gesteld als bij de rechtbank. De rechtbank stelde vast dat de directeur gedurende het jaar 2010 feitelijk een meerderheidsbelang had in de bouwonderneming, doordat de overige aandelen door zijn bv waren ingekocht. Voorts staat vast dat hij gedurende het gehele jaar directeur was van de bouwonderneming en, zo komt uit de stukken naar voren, in die functie verantwoordelijk was voor de algehele gang van zaken in het gehele concern. Bovendien stond eind 2009 reeds een groot bedrag aan nog af te dragen loonbelasting op de balans van de bouwonderneming en kon redelijkerwijs aangenomen worden dat de financiële problemen van het bedrijf niet van voorbijgaande aard waren en dat de onderneming niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. De rechtbank kwam op basis hiervan tot het oordeel dat van inhouding van loonbelasting, ondanks het doen van aangifte en het melden van betalingsonmacht, feitelijk geen sprake is geweest, dat de directeur dat wist en, met inachtneming van de door hem in acht te nemen zorgvuldigheid, redelijkerwijs niet mocht menen dat de bouwonderneming aan haar verplichtingen zou voldoen.

Bron: Hof Den Haag 13-03-2014

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!