Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Beoordeling arbeidsongeschiktheid voorbehouden aan arts

29 januari 2013.

Meldt een werknemer zich ziek, dan moet de mate van arbeidongeschiktheid beoordeeld worden door een daartoe bevoegde bedrijfsarts of verzekeringsarts. Een werkgever mag niet afgaan op het oordeel van een verzuimconsulent die niet onder de verantwoordelijkheid werkt van een bedrijfsarts.

Een werkneemster is op 16 augustus 2010 voor een jaar bij de werkgever in dienst getreden als projectmanager. Vervolgens is de arbeidsovereenkomst één keer met een jaar verlengd. De werkgever heeft daarna aagegeven geen verdere verlenging meer te willen. Op 16 juli 2012 heeft de werkneemster zich ziek gemeld. Ruim een week later, op 24 juli 2012, heeft zij een werkhervattingsgesprek gevoerd met een verzuimconsulent bij ArboVitale. De verzuimconsulent laat aan de werkgever weten ervan uit te gaan dat de werkneemster per de eerste ziektedag beter wordt gemeld, aangezien de oorzaak van het verzuim in de arbeidsrelationele sfeer ligt.

De werkgever heeft dat gedaan en heeft de niet-gewerkte dagen tot aan het einde van het dienstverband verrekend met de eindafrekening. De werkneemster is het hier niet mee eens en heeft een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Het UWV heeft geweigerd een oordeel af te geven omdat er geen oordeel was gegeven door de bedrijfsarts. De werkneemster vordert nu in kort geding betaling van loon. De werkgever stelt dat de werkneemster moet bewijzen dat zij ziek was. De kantonrechter overweegt dat de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van een werknemer na een ziekmelding is voorbehouden aan (BIG-geregistreerde) bedrijfsartsen en verzekeringsartsen, die daartoe zijn opgeleid gedurende een vier jaar durende specialisatie. Nu de beoordeling heeft plaatsgevonden door een verzuimconsulent, niet zijnde bedrijfs- of verzekeringsarts, kan aan dat oordeel ter zake niet die waarde worden toegekend die werkgever daaraan wil toekennen.

De werkgever is verantwoordelijk voor het handelen van de door haar ingeschakelde Arbodienst. De werkneemster heeft zich vervolgens gewend tot het UWV voor een deskundigenoordeel. In strijd met haar eigen werkinstructie heeft het UWV zich niet in staat geacht een deskundigenoordeel te geven, omdat er geen informatie voorhanden was van een bedrijfsarts. De stelling van de werkgever dat de werkneemster zou moeten bewijzen dat zij ziek is gaat volgens de kantonrechter ook niet op. De gevolgen van dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster niet is beoordeeld door bedrijfsarts c.q. verzekeringsarts komen voor rekening en risico van de werkgever, omdat de werkgever verantwoordelijk is voor het handelen van de door hem ingeschakelde Arbo-dienst.

Een van die gevolgen is dat de kantonrechter er vooralsnog van uit gaat dat de werkneemster ten tijde van haar ziekmelding op 16 juli 2012 ongeschikt was om de bedongen werkzaamheden te verrichten. Subsidiair stelt de werkgever dat de werkneemster haar genezing heeft belemmerd dan wel vertraagd door niet met haar werkgever in gesprek te gaan en dat zij op deze grond geen aanspraak heeft op loon. Ook dit verweer wordt door de kantonrechter verworpen. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter kan van de werkneemster, die last had van spanningsklachten, niet worden verwacht dat zij, daags na haar ziekmelding, op eerste verzoek van haar werkgever de discussie met deze aangaat.

Gebruikelijk is dat de werknemer eerst op het spreekuur van de bedrijfsarts wordt uitgenodigd die de mate van arbeidsongeschiktheid kan beoordelen en of, mede gelet op de aard van de klachten, de werknemer in staat moet worden geacht een gesprek met de werkgever aan te gaan. De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat het loon van de werkneemster tijdens ziekte moest worden doorbetaald en dat van verrekening van loon, onbetaald verlof en of gedwongen opname van vakantiedagen geen sprake kan zijn. Bron: kt. Enschede 08-11-2012

Financieel Administratieve Dienstverlening Op Maat