Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Aangifteverzuim: boete

24 januari 2013.

Een bv die een aanmaning tot het doen van aangifte negeert, kan een forse boete tegemoet zien. Zeker als men al eerder heeft verzuimd op tijd aangifte te doen.

Een bv ontvangt in december 2011 van de inspecteur een aanslag vennootschapsbelasting 2010 naar een geschat belastbaar bedrag van € 1.000. Daarnaast ontvangt de bv een beschikking met een verzuimboete van € 2.460 wegens het niet doen van de aangifte. De bv heeft met name moeite met de opgelegde boete en stapt naar de rechter.

Sinds 1 januari 2010 kan de inspecteur aan de belastingplichtige die de aangifte voor een aanslagbelasting niet of niet tijdig heeft gedaan (hierna: het aangifteverzuim) een verzuimboete van ten hoogste € 4.920 opleggen. Volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst kan de inspecteur bij een aangifteverzuim bij de vennootschapsbelasting een verzuimboete van 50% van het wettelijk maximum opleggen. Als sprake is van afwezigheid van alle schuld is de boete nihil. Volgens de bv treft haar geen schuld omdat zij geen herinnering of aanmaning tot het doen van aangifte Vpb 2010 heeft ontvangen. Pas na ontvangst van de ambtshalve aanslag realiseerden de bv en haar adviseur zich pas dat er geen uitstel voor het doen van aangifte was verleend. Daarnaast stelt de bv zich op het standpunt dat de boete niet proportioneel is in relatie tot de aanslag.

Volgens de wet kan voor het niet-tijdig indienen van de aangifte voor een aanslagbelasting een boete worden opgelegd indien de belastingplichtige is aangemaand binnen een in de aanmaning gestelde termijn aangifte te doen. Zonder aanmaning is oplegging van een verzuimboete voor het hier bedoelde aangifteverzuim uitgesloten. Het is daarmee aan de inspecteur om aan te tonen dat er daadwerkelijke een aanmaning is verzonden. De rechtbank vindt het voldoende dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd of aangeboden.

De inspecteur overlegt een kopie van de aanmaning en een verklaring dat de aanmaning bij de post is aangeboden en is verzonden. Daarmee heeft de inspecteur volgens de rechtbank aangetoond dat de aanmaning is verzonden. De bv kan niet aannemelijk maken dat de aanmaning niet is ontvangen. De enkele ontkenning van de ontvangst van de aanmaning is daarvoor niet voldoende. Ook het argument van de bv dat zij pas na ontvangst van de ambtshalve opgelegde aanslag 2010 en dus ruimschoots nadat zij de aangifte vennootschapsbelasting 2010 had moeten indienen, wist dat aan haar geen uitstel tot het doen van aangifte op grond van de Beconregeling was verleend, veegt de rechtbank van tafel.

De bv had op het moment van de aanmaning kunnen weten dat er geen uitstel was verleend. Er is dan ook geen sprake van afwezigheid van alle schuld. Ook de poging van de bv om de zwarte piet aan de adviseur toe te spelen, slaagt niet. De bv heeft daar in een eigen verantwoordelijkheid. De rechtbank acht de hoogte van de door de inspecteur opgelegde boete van € 2.460, gelet op de omstandigheden van het geval, passend en geboden. De inspecteur heeft ter zitting onweersproken gesteld dat dit niet het eerste boeteverzuim van de bv is. Ook de aangifte vennootschapsbelasting 2009 en de aangiften omzetbelasting 2009 en 2010 zijn te laat ingediend. Rb. Breda 30-10-2012, nr. 12/1821 (gepubliceerd op 18-01-2013)

Financieel Administratieve Dienstverlening Op Maat