Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Vergelijkingsmethode in plaats van afroommethode

25 november 2014.

Volgens Rechtbank Noord-Holland kan bij een loon dat hoger is dan het normbedrag voor de gebruikelijkloonregeling de vergelijkingsmethode worden toegepast in plaats van de afroommethode. Met name omdat de inspecteur en belastingplichtige het eens zijn over een vergelijkbare dienstbetrekking.

Een houdstermaatschappij is enig aandeelhoudster van een werkmaatschappij. De aandelen van de houdstermaatschappij zijn in handen van de enige werknemer, de dga van de houdstermaatschappij. De werkmaatschappij heeft geen werknemers in dienst. De houdstermaatschappij is met de dga een brutoloon overeengekomen van € 5.000 per maand. De werkmaatschappij drijft een juridisch (advies)bureau en levert juridische diensten voor diverse opdrachtgevers. De werkmaatschappij brengt hiervoor een vast tarief in rekening. De diensten worden feitelijk door de dga verricht, die hiervoor door de houdstermaatschappij ter beschikking is gesteld. De houdstermaatschappij brengt maandelijks bij de werkmaatschappij een managementfee in rekening van € 8.000. De dga heeft in 2012 een brutoloon genoten van € 62.503 en de houdstermaatschappij heeft daarvoor aangifte loonheffingen gedaan. De inspecteur heeft het loon over 2012 gecorrigeerd op basis van de afroommethode en een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd. Voor de rechtbank is het de vraag of deze correctie terecht is.

Vaststaat dat het loon van de dga meer bedraagt dan het in de wet opgenomen normbedrag van € 42.000. Het is dan ook aan de inspecteur om aan te tonen dat het gebruikelijk loon hoger is dan het verantwoorde loon. Allereerst is het echter de vraag of vergelijkingsmethode of de afroommethode moet worden gehanteerd om te kunnen vaststellen of het door de houdstermaatschappij verantwoorde loon al of niet in belangrijke mate afwijkt van het gebruikelijke loon. Hoewel de inspecteur het eens is met vergelijking van de functie van de dga met een senior jurist, vloeien de inkomsten van de houdster- en de werkmaatschappij feitelijk voort uit door de dga verrichte werkzaamheden, waardoor volgens de inspecteur de afroommethode moet worden toegepast. Hij verwijst hiervoor naar een eerder arrest van de Hoge Raad.

De rechtbank is het eens met de conclusie van de inspecteur dat de situatie vergelijkbaar is met die uit het arrest van de Hoge Raad. In tegenstelling tot de inspecteur is de rechtbank echter van mening dat uit het arrest niet volgt dat in de gegeven omstandigheden de afroommethode gehanteerd moet worden en niet de vergelijkingsmethode. Het door de houdstermaatschappij verantwoorde loon is immers hoger dan het gebruikelijke loon. Ook zijn de inspecteur en de houdstermaatschappij het met elkaar eens dat bij toepassing van de vergelijkingsmethode geen sprake is van een situatie waarin het verantwoorde loon in belangrijke mate afwijkt van het gebruikelijk loon. De naheffingsaanslag dient dan ook te worden vernietigd.

Bron: Rb. Noord-Holland 11-11-2014

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!