Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Overeenkomst gedeeltelijk niet uitgevoerd, hele aanspraak belast

20 november 2014.

Als een werknemer met zijn (voormalige) werkgever een ontslagvergoeding overeenkomt die de werknemer in een stamrecht-bv wil onderbrengen, dan moet de hele ontslagvergoeding als stamrecht worden aangemerkt zoals is afgesproken in de overeenkomst. Wordt een deel van de vergoeding niet meegenomen als stamrecht, dan is volgens de Hoge Raad de hele aanspraak belast.

Een werknemer komt in februari 2002 met zijn werkgever overeen dat hij wegens beëindiging van zijn dienstbetrekking een aanspraak op periodieke uitkeringen (een stamrecht) meekrijgt, waarvan de waarde wordt vastgesteld op € 1.361.340. Op 3 april 2002 richt de werknemer een bv op. Al eerder werd een stamrechtovereenkomst opgesteld tussen de bv i.o. van de werknemer en de werkgever. Op 12 maart 2002 heeft de werkgever het bedrag ad € 1.361.340 overgemaakt op de bankrekening van de bv i.o. De bv heeft de stamrechtovereenkomst na haar oprichting bekrachtigd. Nadat de bank op 12 maart 2002 zonder opdracht een bedrag van € 225.000 van de rekening van de bv op de rekening van de werknemer had gestort en deze boeking op 4 april 2002 werd teruggeboekt, boekte de bv een bedrag van € 226.890 over op rekeningen van de werknemer. Uit de jaarrekening van de bv blijkt dat de bv € 1.136.340,65 als stamrechtkapitaal aanmerkt. Na oprenting bedraagt het kapitaal eind 2002 € 1.171.956.

De inspecteur heeft een navorderingsaanslag IB 2002 opgelegd en het belastbaar inkomen van de werknemer verhoogd met € 1.171.956 wegens bijtelling afkoop stamrecht. De werknemer is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. Volgens het hof was het blijkbaar de bedoeling van de werknemer om niet het hele bedrag dat hij van zijn werkgever ontving te gebruiken voor de stamrechtverplichting. Daarom moet het verschil van € 225.000 als inkomen uit werk en woning worden aangemerkt. Dat van het gehele door de werkgever gestorte bedrag een gedeelte niet als storting voor een stamrecht is aangewend, wil volgens het hof niet zeggen dat de stamrechtverplichting als afgekocht moet worden beschouwd. Ook was volgens het hof de oprichting van de bv op het moment dat het bedrag door de werkgever werd overgemaakt al in een zodanig stadium dat de bv als een verzekeraar op basis van de Wet LB kon worden aangemerkt, zodat de stamrechtvrijstelling van toepassing kon zijn.

Volgens de Hoge Raad is de stamrechtvrijstelling inderdaad van toepassing, omdat de bv binnen redelijke termijn na het sluiten van de stamrechtovereenkomst is opgericht en de stamrechtovereenkomst ook binnen een redelijke termijn heeft bekrachtigd. Maar omdat de werknemer met zijn werkgever was overeengekomen dat de ontslagvergoeding in zijn geheel zou worden omgezet in een stamrecht en de werknemer een bedrag van € 225.000 niet in de stamrechtverplichting heeft ondergebracht, is de aanspraak op periodieke uitkeringen gedeeltelijk tenietgegaan. Daarmee heeft de werknemer de aanspraak op periodieke uitkeringen, zoals die door de werkgever was toegekend, gedeeltelijk afgekocht. Op grond de Wet LB moet daarom de volledige waarde van die aanspraak tot zijn loon en daarmee tot zijn inkomen uit werk en woning worden gerekend. De navorderingsaanslag is daarmee terecht opgelegd.

NB. De stamrechtvrijstelling is per 1 januari 2014 afgeschaft. Bestaande stamrechten worden in 2014 bij uitkering voor 80% in de heffing betrokken. Bron: HR, 14-11-2014

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!