Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Dwangsom voor de inspecteur

27 maart 2015.

Doordat de inspecteur zich niet aan de wettelijke termijn van zes weken heeft gehouden voor het doen van uitspraken op bezwaar, wordt een dwangsom opgelegd. Dat de belastingplichtige geen informatie heeft verstrekt is volgens Hof Den Bosch geen reden om de bezwaren aan te houden.

Via een tipgever ontvangt de inspecteur informatie dat een belastingplichtige banktegoeden in het buitenland aanhoudt. De man geeft over één buitenlandse bankrekening openheid van zaken, maar volgens de inspecteur beschikt de belastingplichtige ook nog over andere buitenlandse banktegoeden. Over de jaren 2001 tot en met 2009 worden navorderingsaanslagen IB opgelegd.

In november 2012 heeft de inspecteur al een informatiebeschikking opgelegd, waartegen de belastingplichtige bezwaar aantekent. Ook tegen de opgelegde (navorderings)aanslagen tekent de belastingplichtige tijdig bezwaar aan. De inspecteur stapt naar de civiele rechter om de informatie los te krijgen. De civiele rechter veroordeelt de belastingplichtige tot het binnen zeven dagen verstrekken van de gewenste informatie op straffe van een dwangsom. De belastingplichtige verstrekt nadere gegevens over de eerder genoemde buitenlandse bankrekening, maar weigert meer informatie te verstrekken. Als de inspecteur de termijn voor het doen van uitspraken op bezwaar laat verstrijken, stelt de belastingplichtige de inspecteur in gebreke. Ook stelt hij beroep in bij de belastingrechter wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de aanslagen.

De inspecteur stelt dat hij niet gehouden is aan de wettelijke termijn van zes weken, omdat hij de opgevraagde informatie nog niet heeft ontvangen. Het hof stelt de belastingplichtige echter in het gelijk. De inspecteur heeft de navorderingsaanslagen namelijk opgelegd voordat de informatiebeschikking definitief is geworden. Daarmee is de informatiebeschikking komen te vervallen en is omkering van de bewijslast niet meer mogelijk. Ook het feit dat de inspecteur de navorderingsaanslagen voortvarend moest opleggen op basis van het Passenheim-van Schootarrest van het Europese Hof, rechtvaardigt niet dat de inspecteur zich niet aan de wettelijke termijn voor het doen van uitspraak hoeft te houden. Kortom, de inspecteur heeft geen goede gronden om de uitspraken op bezwaren aan te houden en later dan de wettelijke termijn uitspraak te doen. De inspecteur heeft zijn bevoegdheid misbruikt door de wettelijke termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar op te schorten. Omdat de inspecteur nog altijd geen uitspraak op bezwaar heeft gedaan veroordeelt het hof de inspecteur tot een dwangsom van € 68.040. Daarnaast moet de inspecteur alsnog binnen twee weken uitspraak op bezwaar doen. Doet hij dit niet dat kan hij een dwangsom verschuldigd worden van maximaal € 1.620.000 (€ 54.000 per dag). Bron: Hof Den Bosch 26-02-2015

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!