Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Cao-afspraak over tarief zelfstandigen mogelijk

5 december 2014

Volgens het Europese Hof van Justitie kunnen in een cao afspraken worden opgenomen waarmee een minimumtarief voor zelfstandigen worden vastgelegd. Volgens het EU Hof strookt dit met het EU kartelrecht, mits de betreffende zelfstandigen zich in een vergelijkbare situatie bevinden als werknemer. Het Hof volgt hiermee een eerder advies van de advocaat-generaal. Of het in deze zaak om echte zelfstandigen gaat of niet zal moeten worden uitgezocht door Hof Den Haag.

De zaak betrof een geschil tussen FNV Kiem en de werkgeversvereniging Vereniging van Stichtingen Remplaçanten Nederlandse Orkesten over een bepaling in de cao Nederlandse Orkesten (2006-2007) waarin een bepaling voor een minimumtarief voor orkestremplaçanten was opgenomen. Dit minimumtarief gold niet alleen voor remplaçanten in het kader van een dienstverband (werknemers), maar ook voor zelfstandige remplaçanten. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) verbood dit, omdat het in strijd zou zijn met het mededingingsrecht. FNV Kiem was tegen het verbod van de NMa in beroep gegaan en in deze zaak had Hof Den Haag prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie.

In zijn arrest merkt het EU-Hof op dat, voor zover een vakbond onderhandelingen aangaat namens en voor rekening van zelfstandigen die er lid van zijn, zij niet optreedt als vakvereniging en dus als sociale partner, maar in werkelijkheid werkzaam is als ondernemersvereniging. Dat neemt echter niet weg dat een bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst kan worden geacht het resultaat te zijn van een sociale dialoog ingeval bedoelde dienstverleners, namens en voor rekening van wie de werknemersorganisatie onderhandelingen heeft gevoerd, in werkelijkheid ‘schijnzelfstandigen’ vormen. De FNV, de Nederlandse regering en de Commissie hebben aangegeven dat in de huidige economie niet altijd gemakkelijk de status van ondernemer van bepaalde zelfstandigen, zoals de remplaçanten, kan worden bepaald. In een eerder arrest heeft het EU Hof als aangegeven dat de kwalificatie als ‘zelfstandige’ naar nationaal recht niet uitsluit dat een persoon moet worden aangemerkt als ‘werknemer’ in de zin van het Unierecht, indien zijn zelfstandigheid slechts fictief is en dus een echte arbeidsverhouding verhult.

Hof Den Haag moet daarom nagaan of de zelfstandige remplaçanten als ‘werknemers’ in de zin van het recht van de Unie, dan wel als echte ‘ondernemingen’ in de zin van dat recht zijn aan te merken. Bron: EU HvJ 4-12-2014

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!