Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Opleiding (nog) niet erkend? Dan ook geen afdrachtvermindering

2 augustus 2013

Een van de eisen om in aanmerking te komen voor de afdrachtvermindering onderwijs, is dat het moet gaan om een erkende opleiding. Is een opleiding nog geen (onderdeel van een) erkende opleiding, dan is afdrachtvermindering niet mogelijk, ook niet als de opleiding in latere jaren wel erkend is.

Een bedrijf begeleidde voor de gemeente Rotterdam in het kader van een re-integratietraject (langdurig) werklozen met een WWB-uitkering tot de arbeidsmarkt. De langdurig werklozen kwamen bij het bedrijf in dienst, waar zij vervolgens een opleiding volgen om ze op startkwalificatieniveau te brengen, zodat zij konden doorstromen naar (onder andere) de opleiding Zorghulp bij een zorgaanbieder. Na 2010 is dit traject geïntegreerd in de opleiding tot Zorghulp van die zorginstelling.

Na een boekenonderzoek concludeert de inspecteur dat over de jaren 2009 en 2010 de afdrachtvermindering onderwijs ten onrechte is toegepast en legt naheffingsaanslagen en boetes op.

Het bedrijf stelt zich op het standpunt dat zij de afdrachtvermindering onderwijs mocht toepassen. Zij stelt zodanig in de geest van de wet te hebben gehandeld, dat zij aanspraak kon maken op de vermindering. Dat zij ten tijde van het controlebezoek niet over een verklaring van ‘de onderwijsinstelling’ beschikte doet daar niet aan af. Gewezen wordt op het grote succes van het project. Ook sloot de opleiding zo nauw aan bij de bedoeling van de wetgever met de afdrachtvermindering onderwijs dat ze meende daar materieel aanspraak op te kunnen maken. Ook moet de opleiding tot startkwalificatieniveau worden bezien als een geïntegreerd onderdeel van het totale door de zorginstelling aangeboden (erkende) opleidingspakket. Brieven van die zorginstelling van 9 februari en 11 oktober 2012 kunnen worden gezien als verklaringen als bedoeld in artikel 12aa, lid 2 van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering (URAV).

De inspecteur stelt echter dat het bedrijf geen recht had op toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs, omdat niet aan alle formele vereisten werd voldaan.

Volgens de rechtbank blijkt uit de wet en uit de parlementaire geschiedenis dat de afdrachtvermindering slechts kan worden toegepast indien de desbetreffende werknemer een op grond van het – door het ministerie van OCW ingestelde – zogenoemde Crebo-register erkende opleiding volgt. Vaststaat dat de opleiding die het bedrijf in de onderhavige jaren verzorgde geen (onderdeel van een) erkende opleiding was. Het bedrijf heeft dus geen recht op toepassing van de geclaimde afdrachtvermindering onderwijs. Dat de zorginstelling in haar brief van 9 februari 2012 heeft verklaard dat de opleiding van het bedrijf een onmisbaar onderdeel uitmaakt van haar erkende opleidingen en een geïntegreerd deel uitmaakt van haar totale opleidingspakket, doet daar niet aan af. Dat er inmiddels wel sprake zou zijn van een door het bedrijf verzorgde erkende opleiding doet daar evenmin aan af.

Ook de boeten laat de rechter in stand. Belanghebbende had verklaard dat zij op de hoogte was van de (formele) eisen voor toepassing van de afdrachtvermindering en een afweging heeft gemaakt alvorens de afdrachtvermindering toe te passen. Men wist dat niet aan de (formele) vereisten werd voldaan, maar heeft toch de afdrachtvermindering toegepast. Volgens de rechtbank handelde men dermate lichtvaardig dat het ten minste aan de grove schuld van belanghebbende is te wijten dat belasting welke op aangifte moest worden afgedragen niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet tijdig is betaald.

Bron: Rb. Den Haag 1-07-2013

Financieel Administratieve Dienstverlening Op Maat