Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Bestuurders niet in dienstbetrekking

28 oktober 2014.

Volgens Rechtbank Noord-Holland heeft de inspecteur ten onrechte de verhouding tussen twee bestuurders/aandeelhouders en hun vennootschap aangemerkt als een dienstbetrekking. Volgens de rechtbank was er sprake van nevengeschikte statutair bestuurders. In navolging van de Hoge Raad kijkt de rechtbank hierbij niet naar de verdeling van het aandelenbezit onder alle aandeelhouders, maar alleen naar de verdeling onder de bestuurders.

Twee statutair bestuurders hebben ieder indirect via hun houdstermaatschappij 40% van de aandelen in een vennootschap, een expeditiebedrijf, waarvan zij bestuurder zijn. Sinds 11 september 2008 bezit een derde de resterende 20% van de aandelen, daarvoor hadden de beide bestuurders ieder 50%. Volgens de inspecteur staan de beide bestuurders sinds 11 september 2008 tot de vennootschap in dienstbetrekking. Aan de vennootschap worden naheffingsaanslagen opgelegd voor de verschuldigde premies werknemersverzekeringen.

Rechtbank Noord-Holland geeft aan dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking als de rechtsverhouding tussen de betrokken partijen een arbeidsovereenkomst is in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De arbeidsovereenkomst tussen een bv en haar directeur wordt bij wijze van uitzondering niet als dienstbetrekking aangemerkt indien sprake is van een directeur-grootaandeelhouder. In de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder (Regeling dga) zijn regels gegeven om te bepalen wat onder directeur-grootaandeelhouder moet worden verstaan. Leidt geen van die regels tot de slotsom dat de betrokkene directeur-grootaandeelhouder is, dan is er geen ruimte om hem desondanks niet als werknemer aan te merken wegens het ontbreken van een materiële gezagsverhouding.

Op grond van één van de regels worden als dga aangemerkt de bestuurders die in de algemene vergadering van de vennootschap allen een gelijk of nagenoeg gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen (nevengeschiktheid). In de toelichting op deze bepaling is opgenomen dat de bepaling ziet op dga’s van een vennootschap die nevengeschikt zijn ten opzichte van elkaar, bijvoorbeeld vier bestuurders die elk 25% van de aandelen houden. Onder verwijzing naar een recente uitspraak van de Hoge Raad geeft de rechtbank aan dat de Regeling dga dient te worden uitgelegd naar de bewoordingen en de systematiek van de bepalingen van de Regeling dga zelf. Uit de Regeling dga en de toelichting daarop vloeit voort, dat de bestuurders als dga’s dienen te worden aangemerkt. Zij zijn immers statutair bestuurder van de vennootschap en zij kunnen – middels hun persoonlijke houdstervennootschappen – met ieder 40% een gelijk aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders uitbrengen. Het feit dat een derde naast de beide aandeelhouders nog 20% van de stemmen kan uitbrengen, doet daar niet aan af. Bron: Rb. Noord-Holland 16-10-2014

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!