Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Geen wettelijke verplichting, geen gegevens doorgeven

4 februari 2016

Volgens de Raad van State is er geen wettelijke verplichting voor de Belastingdienst om inkomensgegevens van een huurder te verstrekken aan de verhuurder als de verhuurder daarom vraagt. Daarom blijft de geheimhoudingsplicht gelden en had de Belastingdienst de gegevens niet mogen verstrekken aan de verhuurder.

In maart 2013 is er een wet aangenomen die moet voorkomen dat huurders van sociale huurwoningen die woningen blijven huren, hoewel zij met hun inkomen niet meer behoren tot de inkomenscategorie waarvoor de woningen zijn bedoeld. Om te bewerkstelligen deze huurders vertrekken, mogen verhuurders de huurprijs verhogen om zo te stimuleren dat deze huurders hun huurwoning verruilen voor een koopwoning of een huurwoning in de vrije sector. Een verhuurder die gebruik wil maken van deze mogelijkheid tot huurverhoging, moet bij zijn daartoe strekkende voorstel aan de huurder een verklaring van de Belastingdienst voegen waarin informatie wordt gegeven over het inkomen van de huurder. Een huurder van een sociale huurwoning die een dergelijke verklaring kreeg, heeft bezwaar aangetekend tegen het verstrekken van die gegevens door de Belastingdienst.

Volgens de Raad van State is nergens in de wet expliciet vastgelegd dat de Belastingdienst verplicht is om een verklaring met inkomensgegevens van een huurder van een sociale huurwoning aan de verhuurder te verstrekken als de verhuurder daarom vraagt. Uit art. 67 lid 1 AWR volgt als hoofdregel dat de Belastingdienst gegevens die hij bij zijn taakuitoefening heeft verkregen niet aan derden mag verstrekken. Dit is alleen anders (art. 67 lid 2 AWR) als een wettelijk voorschrift tot verstrekking van informatie verplicht. Volgens de Raad dient een zodanige verplichting uitdrukkelijk en duidelijk in een wettelijke voorschrift te zijn neergelegd. Zo’n voorschrift kan niet worden afgeleid uit de totstandkomingsgeschiedenis van of samenhang tussen wettelijke bepalingen of worden verondersteld omwille van de effectiviteit van de wettelijke regeling, zoals door de staatssecretaris wordt betoogd. Omdat er geen wettelijke verplichting is om de persoonsgegevens te verwerken, kunnen op basis van art. 8 onderdeel f Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) de gegevens alleen worden verwerkt als dit noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert. Tegen dit onderdeel van art. 8 Wbp is op basis van art. 40 Wbp verzet mogelijk. De huurder heeft zich terecht verzet tegen de verstrekking van gegevens van de Belastingdienst.

Bron: Raad van State, 03-02-2016

Betaalbaar & Altijd Maatwerk voor onze Klanten!