Uw boekhouding laten doen?

Zorgeloos boekhouden begint hier!


Nieuws en actualiteiten

Actium Online Nieuws


Suppletie geen bewijs voor strafbaar feit

Volgens Hof Den Bosch mag de Belastingdienst een suppletie niet gebruiken als bewijs dat de ondernemer een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan.
Een fiscale eenheid omzetbelasting (FE) houdt zich bezig met de handel in eieren en eierproducten. De inspecteur verzoekt bij een boekencontrole om een toelichting op de samenstelling van de balansposten omzetbelasting 2014. De FE geeft de gevraagde informatie en geeft ook aan onder meer voor het jaar 2013 een suppletie in te dienen. Naar aanleiding van de suppletie legt de Belastingdienst een naheffingsaanslag over 2013 op. Daarbij kondigt de inspecteur tegelijkertijd aan ook een suppletieboete op te leggen. In geschil bij Hof Den Bosch is of de opgelegde boetes terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Het hof constateert dat op het aanslagbiljet slechts een boete staat en de motivering daarvan, te weten een vergrijpboete. De inspecteur heeft dus geen boetebeschikking gegeven voor een suppletieboete. Hieruit leidt het hof af dat het op het aanslagbiljet vermelde boetebedrag een vergrijpboete is. De suppletie is volgens het hof naar haar aard wilsafhankelijk materiaal van de belastingplichtige. De suppletie mag de inspecteur dus niet gebruiken als bewijs dat de FE een beboetbaar en strafbaar feit heeft begaan. Omdat de naheffingsaanslag is opgelegd vanwege de suppletie, is de boetebeschikking gebaseerd op wilsafhankelijk materiaal. Dit is in strijd met het nemo teneturbeginsel. Het beginsel dat niemand kan worden gedwongen aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Het hof vernietigt daarom de vergrijpboete. Bron: Hof Den Bosch 19-11-2021 (gepubl. 22-11-2021)
Thu, 25 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Onderzoek naar mogelijkheden structurele crisisregeling loonkosten

Staatssecretaris Wiersma heeft de Tweede Kamer een overzicht gestuurd met varianten voor een regeling voor werkbehoud bij calamiteiten die niet tot het reguliere ondernemersrisico behoren. Een beslissing hierover is aan een nieuw kabinet.
In moties is door de Tweede Kamer gevraagd om, in voorbereiding op een nieuwe crisis, mogelijkheden te verkennen voor een meer structurele crisisregeling die bedrijven tegemoetkomt in de loonkosten in tijden van crisis. In de brief geeft de staatssecretaris allereerst een uiteenzetting van de huidige crisisregelingen, zoals de werktijdverkorting (WTV), de regeling onwerkbaar weer en de calamiteitenregeling WW. Daarna gaat hij in op het beoogde doel van een mogelijke regeling en de afwegingen die gepaard gaan met een structurele crisisregeling. Er worden drie varianten besproken inclusief de uitvoerings-, juridische en financieel-economische aspecten en een vergelijking met Duitsland en België. Er wordt gedacht aan de volgende varianten: een regeling op werknemersniveau: bijvoorbeeld een koppeling met de WW; een regeling op werkgeversniveau: een regeling die voorbereid is op een grote crisis. Dit betekent dat de werkgever die aan de voorwaarden voldoet, een aanvraag kan indienen voor zijn gehele personeelsbestand; een combinatie van variant 1 en 2, waarbij de regeling op werkgeversniveau geïmplementeerd wordt, die geactiveerd kan worden in het geval er een grote crisis ontstaat. Nadere besluitvorming over de wenselijkheid van een structurele regeling en de invulling ervan is aan het nieuwe kabinet. Bron: Min. SZW 23-11-2021
Thu, 25 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Te laat verstrekken gegevens hypotheek door ouders is fataal

Iemand die de rente wil aftrekken over een hypotheek die is verstrekt door zijn ouders of door andere niet-administratieplichtigen, moet de Belastingdienst tijdig voorzien van de gegevens over deze schuld. Dit is een harde eis, zo bevestigt de Hoge Raad.
Een vrouw financiert de aankoop van haar ‘eigen woning’ mede met een lening bij haar vader. Hierover moet zij jaarlijks rente betalen. In haar aangifte IB/PVV 2016 laat de vrouw na deze lening te vermelden als eigenwoningschuld. Zij trekt evenmin de rente af. Op 17 mei 2017 legt de Belastingdienst de aanslag conform de aangifte op. De vrouw verzoekt de inspecteur op 12 april 2018 ambtshalve alsnog voor 2016 € 2.740 aan ‘rente eigenwoningschuld’ in verband met de lening bij haar vader in aftrek toe te staan. Bij dit verzoek verstrekt zij de gegevens met betrekking tot de schuld aan haar niet-administratieplichtige vader. De fiscus wijst het verzoek van de vrouw af. Hof Arnhem-Leeuwarden meent dat de weigering van de Belastingdienst terecht is. De wet noemt de verplichting om gegevens van hypotheken van niet-administratieplichtigen te verstrekken aan de fiscus. Het tijdig, dat wil zeggen bij de aangifte, voldoen aan die verplichting is een voorwaarde om de uit de lening voortvloeiende schuld te bestempelen als eigenwoningschuld. De vrouw heeft niet voldaan aan die verplichting. Maar op grond van beleid van de Belastingdienst is dit verzuim te herstellen tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk wordt. De vrouw heeft echter de vereiste gegevens geruime tijd na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn ingediend. Daardoor kan zij geen beroep doen op dit beleid. De op de lening betaalde rente is daarom in 2016 niet aftrekbaar, aldus het hof. De Hoge Raad bevestigt de visie van het hof. Sinds 2016 bepaalt de wet dat het in de aangifte vermelden van de gegevens van hypotheken van niet-administratieplichtigen een eis is om de desbetreffende lening tot de eigenwoningschuld te rekenen. Omdat de vrouw die gegevens niet in de aangifte IB/PVV 2016 heeft vermeld, is de lening die haar vader heeft verstrekt, in 2016 niet tot de eigenwoningschuld te rekenen. De vrouw stelt nog dat de fout in de aangifte het daaraan verbonden gevolg niet rechtvaardigt. Volgens de Hoge Raad werpt deze klacht de vraag op of de toepassing van de informatieplicht in alle gevallen de toets aan het evenredigheidsbeginsel kan doorstaan. Maar deze bepaling geeft uitdrukking aan een welbewuste afweging van de wetgever. Die afweging in een individueel geval terzijde stellen, gaat verder dan de rechtsvormende taak van de rechter. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de vrouw daarom ongegrond. Bron: Hoge Raad 19-11-2021
Wed, 24 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Loonafspraken oktober weer hoger dan gemiddeld

In oktober komen de gemaakte loonafspraken, net als in september, uit op een gemiddelde stijging van 2,4%. Dit is hoger dan het jaargemiddelde in 2021 van 2,0%. Het aantal nieuw afgesproken cao’s lag in de afgelopen maand op 22, net onder het gemiddelde aantal van 24. Achter het jaargemiddelde schuilt een grote variatie aan afspraken. De meest gemaakte loonstijging in 2021 is 2,0%. Die komt 38 keer voor. Er werd 29 keer 2,5% afgesproken en 30 keer 0%.
AWVN meldt in haar maandbericht dat de in oktober gemaakte loonafspraken in lijn zijn met het totale beeld van de afspraken van 2021. Dat blijkt uit een gestaag oplopend gemiddelde en grote verschillen tussen de verschillende economische sectoren. De hoogste loonafspraken worden gemaakt in sectoren waar de vooruitzichten het gunstigst zijn en waar het ook tijdens de coronacrisis relatief goed ging, zoals industriële sectoren en de groothandel. Daartegenover staan sectoren die het bedrijfseconomisch erg moeilijk hebben, zoals de horeca en de cultuursector, inclusief de evenementensector. Volgens AWVN volgt de ontwikkeling van de loonafspraken tijdens het economische herstel na de coronacrisis hetzelfde patroon als in normale economische cycli. Daarbij volgt de loonontwikkeling met een vertraging van ongeveer een jaar de ontwikkeling van de economie. Op grond daarvan mag worden verwacht dat het jaargemiddelde van de loonafspraken nog zal blijven stijgen. Kerncijfers Loonafspraken oktober gemiddeld 2,4% Loonafspraken 2021 gemiddeld 2,0% Aantal nieuwe cao-akkoorden in oktober 2021: 22 Aantal aflopende cao’s in 2021 443 voor 4,3 miljoen werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2021 ingaan 270 voor 3,1 miljoen werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2021) 173 voor 1,2 miljoen werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment met expiratie in 2020 60 cao’s (35.000 werknemers) Bron: AWVN 12-11-2021
Wed, 24 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Voor vrijwilligersregeling is totale vergoeding relevant

In de Wet op de loonbelasting en de Wet inkomstenbelasting zijn vrijstellingen opgenomen voor vrijwilligersvergoedingen. De genoemde grensbedragen zijn met inbegrip van eventuele onkostenvergoedingen.
Een man is in 2016 als vrijwilliger werkzaam voor een politieke partij. Hij ontvangt daarvoor een totale vergoeding van € 1.795, bestaande uit € 1.495 presentiegeld en € 300 als onkostenvergoeding. In zijn aangifte IB/PVV 2016 heeft de vrijwilliger een bedrag van € 1.730 als netto resultaat uit overige werkzaamheden aangegeven. Dat bedrag bestaat uit de ontvangen vrijwilligersvergoeding van € 1.795 verminderd met € 65 kosten. Ook heeft de vrijwilliger een bedrag aan te verrekenen loonheffing aangegeven van € 5.462. Daarvan is volgens de aangifte € 4.270 ingehouden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB), maar dat bleek achteraf op een vergissing te berusten. Bij Hof Den Haag is in geschil of op de ontvangen vergoeding de vrijwilligersregeling van toepassing is. Ook is in geschil of de vrijwilliger vertrouwen mocht ontlenen aan de voorlopige aanslag die naar aanleiding van de aangifte is opgelegd. De vrijwilliger is van oordeel dat de ontvangen vergoeding geheel is vrijgesteld omdat de vrijwilligersregeling daarop van toepassing is. De vrijwilligersvergoeding is € 1.495 (€ 1.795 -/- € 300) en dus minder dan het grensbedrag van € 1.500. Het hof verwerpt de zienswijze van de vrijwilliger. Gezien de wet en de totstandkomingsgeschiedenis van de vrijwilligersregeling moet ervan worden uitgegaan dat de daarin opgenomen maand- en jaargrenzen zien op het totaal van de vergoedingen, inclusief kostenvergoedingen. Het in totaal door de vrijwilliger ontvangen bedrag van € 1.795 overschrijdt het maximumbedrag van € 1.500 (bedrag 2016) en overschrijdt die grens dus. De vrijwilliger kan de vrijwilligersregeling dus niet toepassen. Wel bepaalt het hof dat de vrijwilliger meer kosten in aftrek mag brengen. De vrijwilliger is ook van mening dat de inspecteur onzorgvuldig heeft gehandeld en dat hij heeft mogen vertrouwen op de opgelegde voorlopige aanslag na het indienen van zijn aangifte. Volgens het hof mocht de inspecteur echter vertrouwen op de gegevens die de vrijwilliger heeft verstrekt. Dat later is gebleken dat de SVB geen loonheffing heeft ingehouden, maakt dat oordeel niet anders. Ook verwerpt het hof het standpunt van de vrijwilliger dat hij vertrouwen heeft mogen ontlenen aan het volgen van zijn aangifte. De inspecteur is niet gehouden een onjuiste voorlopige aanslag te volgen. Ook leidt de gang van zaken niet tot het oordeel dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard (art. 80a Wet RO.) Bron: Hoge Raad 19-11-2021
Tue, 23 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Belastingrente aan ondernemers vergoed

Het kan zijn dat ondernemers ten onrechte geen belastingrente vergoed kregen, terwijl ze daar in specifieke gevallen vanaf 2016 bij btw-teruggaven en btw-verminderingen wel recht op hadden. Dit komt door een onjuistheid in de geautomatiseerde verwerking. De Belastingdienst betaalt deze ondernemers voor het eind van dit jaar alsnog de verschuldigde belastingrente uit.
In november of december 2021 stuurt de Belastingdienst deze ondernemers een persoonlijke brief met uitleg en excuses. Ook wordt het bedrag aan wettelijke rente vergoedt als de belastingrente te laat is uitbetaald. De Belastingdienst neemt ook persoonlijk contact op als de ondernemer vier of meer beschikkingen of vergoedingen van meer dan € 1.000 ontvangt. De Belastingdienst moet belastingrente betalen zodra het meer dan acht weken duurt om een verzoek om teruggave, vermindering, bezwaar of suppletie vast te stellen. Dit geldt alleen voor verzoeken die ingediend zijn na het jaar waarop de teruggave betrekking heeft en waarop de Belastingdienst na 1 april beslist. De Belastingdienst constateerde begin 2021 dat vanaf 2016 – in specifieke gevallen – bij de geautomatiseerde verwerking van btw-teruggaven en btw-verminderingen ten onrechte geen belastingrente is uitbetaald. Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 17-11-2021
Tue, 23 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Compromis afgewezen door tijdig aangekaart beletsel

Wanneer een belastingplichtige een compromis sluit met de fiscus, heeft hij recht op enige bedenktijd. Door tijdig te wijzen op een beletsel van het compromis, kan de belastingplichtige voorkomen dat hij daaraan is gebonden.
Een man is gerechtigd tot de helft van de winst van een VOF die een coffeeshop exploiteert. In de coffeeshop vinden de in- en verkopen contant plaats. De VOF houdt er geen kasregister op na, maar de bedrijfsleider noteert dagelijks de ontvangsten en uitgaven op de kasstaten. De VOF berekent in de kasstaten per product de dagomzet en de inkoopwaarde op basis van de beginvoorraden, de aanvullingen en de eindvoorraden. Daarbij hanteert zij de formule ‘Beginvoorraad + Aanvullingen -/- Eindvoorraad = Verkocht’. De VOF noteert deze dagomzet op de kasstaten, evenals de uitgaven, de privéonttrekkingen en -stortingen en de omzet van de overige artikelen. De adviseur van de VOF boekt deze gegevens en de diverse bankmutaties in een geautomatiseerde administratie. De Belastingdienst vermoedt echter dat de boekhouding niet helemaal klopt. De fiscus houdt daarom een groot aantal waarnemingen ter plaatse (wtp’s) en uiteindelijk een boekenonderzoek bij de coffeeshop. Naar aanleiding van een en ander besluit de inspecteur de aangiftes inkomstenbelasting van de vennoten over de periode 2011 – 2016 te corrigeren. De vennoten menen dat deze correcties te hoog zijn en gaan daarom in beroep. Tijdens de zitting van Hof Den Haag van 27 juli 2021 bereiken de partijen een compromis. In afwachting van de formele vastlegging van het compromis in een vaststellingsovereenkomst sluit het hof de zitting. De inspecteur zal het hof uiterlijk op 7 september 2021 berichten of de partijen hun beroepschriften intrekken. Op 10 augustus 2021 laten de vennoten de inspecteur weten dat zij het compromis niet kunnen accepteren als de bank daardoor haar dienstverlening aan de VOF stopt. Wanneer de inspecteur op 30 augustus 2021 hen naar de gang van zaken vraagt, bevestigen zij dat zij de beroepsprocedure willen hervatten. De fiscus stelt echter dat de vennoten zijn gebonden aan het compromis. Hof Den Haag verwerpt de stelling van de vennoten dat een compromis alleen rechtsgeldig is als alle elementen van de overeenkomst schriftelijk zijn vastgelegd. Vervolgens is de vraag of zij tijdig hebben aangegeven dat zij zich hebben bedacht. Belanghebbenden hebben immers in zo’n geval recht op een redelijke bedenktijd van minstens één week. Deze bedenktermijn is hier gaan lopen op 4 augustus 2021. Toen heeft de fiscus de vennoten laten weten dat de ontvanger akkoord is gegaan met de overeengekomen betalingsregeling. Op 10 augustus 2021 hebben de vennoten al op een mogelijk beletsel gewezen. Bovendien heeft de inspecteur op 30 augustus 2021 de vennoten gevraagd naar de stand van zaken. Kennelijk ging hij dus ervan uit dat het compromis nog niet definitief was. Nu de vennoten zich tijdig hebben bedacht, zijn zij niet gebonden aan het compromis. Het hof oordeelt dat sommige correcties te hoog zijn en verlaagt enkele aanslagen. Bron: Hof Den Haag 11-11-2021
Mon, 22 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Plaats van kernbeslissingen is plaats van vestiging

Vervullen de statutaire bestuursleden van een bv geen bepalende rol? Dan kan de fiscale vestigingsplaats van die bv in een andere staat liggen. Bijvoorbeeld in de staat waar de feitelijke leiding de kernbeslissingen neemt.
Tussen een bv en de Belastingdienst loopt een geschil over de fiscale vestigingsplaats van die bv. Het standpunt van de fiscus is dat bv is gevestigd in Nederland. Maar de bv beweert dat zij is gevestigd in Luxemburg. De zaak komt voor Rechtbank Gelderland, die als volgt redeneert. Omdat de bv is opgericht naar Nederlands recht, stelt de Nederlandse wet via een wetsfictie dat de bv is gevestigd in Nederland. Op grond van de wetgeving van Luxemburg is de bv echter ook daar gevestigd. En dus is sprake van een dubbele vestigingsplaats. In dat soort situaties geeft het belastingverdrag tussen Nederland en Luxemburg de doorslag. Dit verdrag bepaalt dat de staat waar de werkelijke leiding is gevestigd, de staat is waar de bv is gevestigd. Volgens vaste rechtspraak moet men daarvoor kijken naar de staat waar men de kernbeslissingen neemt met betrekking tot de activiteiten van het lichaam. Het uitgangspunt is dat de kernbeslissingen worden genomen door het statutaire bestuur van een lichaam. Nu is het statutaire bestuur van de bv gevestigd in Luxemburg. De Belastingdienst moet daarom aannemelijk maken dat men de kernbeslissingen toch in Nederland neemt. Vervolgens voert de inspecteur aan dat de statutaire bestuurders van de bv, enkele trustdirecties, geen bepalende rol spelen. Zij verrichten slechts uitvoerende werkzaamheden om de winstreserves van de bv onbelast uit te keren aan een man die alle certificaten in de bv bezit. Deze man is daarnaast bestuurder van de stichting administratiekantoor (STAK) die de aandelen in de bv houdt. Verder heeft de belastingadviseur van de bv doorslaggevende bevoegdheden. Hij is degene die instructies en aanwijzingen geeft. De certificaathouder stemt met de belastingadviseur het contact over de bv en het functioneren van de trustdirecties af. De rechtbank merkt op dat de certificaathouder meerdere rollen vervult, zoals bestuurder, debiteur en crediteur van de bv. Deze rollen lopen zo door elkaar heen, dat niet valt te herleiden in welke hoedanigheid de man welk besluit heeft genomen. Het strikte onderscheid dat de bv maakt, valt dan ook niet te volgen. Uit diverse e-mails en andere correspondentie blijkt dat de certificaathouder en de belastingadviseur de kernbeslissingen in Nederland nemen. In sommige berichten geven zij de trustdirecties instructies. Soms roepen zij die trustdirecties zelfs tot de orde. Daarnaast is de eigen verantwoordelijkheid van de trustdirecties in een overeenkomst weg geclausuleerd. De werkelijke leiding vindt dus plaats in Nederland, waar de bv dus is gevestigd. Toch verklaart de rechtbank het beroep van de bv gegrond. De Belastingdienst heeft namelijk ten onrechte een bedrag aan buitenlandse belasting niet als aftrekbare kosten in aanmerking genomen, aldus de rechtbank. Bron: Rb. Gelderland 01-07-2021
Fri, 19 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Krapte op de arbeidsmarkt stijgt

Het aantal vacatures stijgt en de werkloosheid daalde verder in het derde kwartaal van 2021. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS over de arbeidsmarkt.
Tegenover elke 100 werklozen stonden 126 vacatures. Nog nooit waren er zoveel vacatures ten opzichte van het aantal werklozen. Eind september stonden er 371.000 vacatures open, 45.000 meer dan aan het eind van het tweede kwartaal. Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel, de zakelijke dienstverlening en de zorg. Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures. In het derde kwartaal van 2021 waren er 294.000 mensen werkloos, 3,1% van de beroepsbevolking. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 13.000. Hiermee daalde de werkloosheid voor het vierde kwartaal op rij. Bron: CBS, 16-11-2021
Fri, 19 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...


Tijdige aanvraag van groot belang voor voorschot NOW

Als iemand door zijn eigen schuld te laat is met zijn loonaangifte of NOW 1.0-aanvraag, heeft hij geen recht op tegemoetkomingen op grond van de NOW 1.0.
Een bv heeft op 7 april 2020 bij het UWV een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) 1.0. Het UWV wijst deze aanvraag af. De reden is dat over de tijdvakken januari 2020 en november 2019 geen loongegevens bekend zijn. De bv gaat vervolgens in beroep. Tijdens de beroepsprocedure neemt het UWV een nieuw besluit vanwege een wijziging van de NOW 1.0. Daardoor heeft de bv mogelijk recht op een loonkostensubsidie, maar nog steeds geen recht op een voorschot. Daarvoor moest zij namelijk uiterlijk 15 maart 2020 haar loonaangifte over januari 2020 hebben ingediend. Aangezien zij te laat haar loonheffingennummer had aangevraagd, is dat niet gebeurd. Maar dat is niet de schuld van de Belastingdienst en komt dus voor rekening van de bv, aldus Rechtbank Midden-Nederland. Een andere zaak betreft bv die een restaurant exploiteert. Deze bv vraagt op 11 december 2020 een NOW 1.0-tegemoetkoming aan. Eigenlijk heeft zij de aanvraag te laat ingediend, maar de bv beweerde dat zij haar aanvraag niet tijdig heeft kunnen afronden. Haar motivering is dat haar omzet over de referentieperiode € 0 bedraagt. Vervolgens heeft zij op 9 april 2020 schriftelijk contact gezocht met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het standpunt van de bv is dat zij met de brief van 9 april 2020 tijdig een aanvraag heeft ingediend. Rechtbank Den Haag denkt daar anders over. Men kan immers een aanvraag voor de NOW 1.0 alleen indienen via het daarvoor ontworpen formulier. Het UWV stelt zo’n formulier via zijn website beschikbaar. Daarom telt de brief aan het ministerie niet als een ingediende aanvraag. Overigens meent de rechtbank dat zelfs bij een tijdige aanvraag de bv geen recht zou hebben op NOW 1.0 omdat geen sprake is van omzet in de referentieperiode. Bron: Rb. Midden-Nederland 14-01-2021 en Rb. Den Haag 22-10-2021
Wed, 17 Nov 2021 12:00:00
Ga terug...

 

Financieel Administratieve Dienstverlening Op Maat